Een intieme avond (met vossenstreken)

Zo eens in het jaar, rond eind oktober, vervagen één avond in Groningen de grenzen tussen twee werelden. En nee, dat heeft niets met Halloween te maken. Het zijn de binnenwereld en de buitenwereld, de intimiteit van het lezen van een boek (jij, eenzame lezer, alleen met de schrijver, de kluizenaar bij uitstek) die voor één avond gedeeld mag worden met alle andere lezers van Groningen in een overvolle Groninger Forum Bibliotheek. Het Grote Gebeuren is al jaren dé plek om eens collectief een kijkje te nemen in de geest van de medemens en van de mensen die de geest van de medemens ontleden: de schrijvers.

Het eerste programmaonderdeel dat ik bijwoon is het dubbelinterview met Auke Hulst en Nhung Dam door hoogleraar Nederlandse letterkunde Mathijs Sanders. Dat is meteen met de neus in de boter vallen, want Hulst en Dam zijn mijn twee favoriete Nederlandse romanschrijvers van het moment. Sanders interviewt met goesting, vol nieuwsgierigheid naar beide schrijvers. Met veel plezier las ik zelf dit jaar Nhung Dams Duizend Vaders, een magisch-realistisch verhaal waarin het magische het persoonlijke zo invoelbaar en soms absurd maakt dat ik hardop moest lachen en huilen. Tijdens het gesprek illustreert Dam met een anekdote hoe zij steeds maar terug moet denken aan de Vietnamese en Aziatische literatuur en film waarmee zij opgroeide, waarin overdrijving van gevoel een grote rol speelde: met haar eerste liefdesverdriet bleef nog altijd het beeld van de vrouw die haar hart uit haar borstkas trok en het tegen de muur gooide bij. “Zo veel pijn had ze,” zegt Dam met een lach, “en zoveel pijn had ik toen ook.” Ze is er een ster in, de pijnlijke zaken van het leven met een luchtigheid vertellen die ontroert. Toch schuilt er onder die vrolijke oppervlakte eenzelfde soort existentiële vragen als die we bij Auke Hulst terug zien komen: over grenzen en over een verlangen om thuis te horen, over identiteit en eenzaamheid. Juichend vanbinnen las ik Hulsts romans Slaap zacht, Johnny Idaho en En ik herinner me Titus Broederland en genoot van de fantastische elementen en de social sciencefiction of misschien speculative fiction, in de termen van gevierd Canadees schrijfster Margaret Atwood. Hulst is voor mij de Nederlandse Atwood, de persoon die eindelijk de genre-hiërarchie wat doorbreekt. Sciencefiction en fantasy inhoudsloos escapisme? Hulst en Dam bewijzen het tegendeel. In een interview met The Guardian zei Atwood ooit dat sciencefictionromans de consequenties van nieuwe en voorgestelde technologieën kunnen illustreren, door ze voor te stellen als volledig geïntegreerd in de maatschappij. En zo voelt het voor mij ook: een goede vergelijking of hyperbool kan de lezer met de neus op de feiten drukken, kan een gevoel opwekken en vooral de vraag wáárom je je zo voelt. Door stilering kan een situatie anders belicht worden, van alle kanten bekeken, uitvergroot om te zien waar de onduidelijkheden zitten. Dat kun je met een sociaal probleem doen, maar je kunt het met een mens doen, het hart ontleden. Net als dat je mensen die nog nooit liefdesverdriet hebben gehad kunt uitleggen hoe het voelt: een hart uitgerukt.

Tijdens het gesprek vertelt Auke Hulst dat hij schrijven vooral als een middel ziet om dingen te onderzoeken, zowel zichzelf als de wereld. Daarnaast schuwt hij het niet zijn eigen werk te interpreteren: “Al mijn werk gaat over mensen die vertrekken en hun weg proberen te vinden in een vijandige wereld.” Maar waarom die wereld voor Hulst zo vijandig is, dat komen we niet te weten. Tja, en die technologie? Dat is nog wel even een probleem tijdens deze editie van het festival. Hier en daar vielen headsets uit of kraakte en zong de microfoon. Zo ook bij Hulst en Dam. Toch weet het duo-interview te boeien en niet in de minste plaats door de stralende aanwezigheid van Dam. Waar Hulst hier en daar nog lijkt te zoeken in zijn binnenzee (om even te woordgrappen met zijn oeuvre) naar de juiste woorden en er soms niet helemaal bij is, weet Dam het publiek voor zich te winnen met anekdotes en vooral met dat grote, voelbare verlangen om te vertellen en te schrijven. Later op de avond herpakt Auke Hulst zich tijdens zijn optreden met album/boek Motel Songs. Als hij zijn gitaar vasthoudt lijkt hij eindelijk thuis te zijn op het festival en brengt, na aarzeling eerder op de avond, onder andere een prachtige cover van Purple Rain waarbij het publiek meezingt. Hoe vijandig de wereld ook mag lijken in het werk van Hulst, het einde van de avond voelt bij Auke Hulst en zijn warme akkoorden alsof een festival als dit niet anders kan dan intiem en saamhorig eindigen.

Net zo intiem voelt de voorstelling Ha Ha Happiness van Nhung Dam die ik bij mag wonen als ik een blauw Duploblokje inlever. Het is het hoogtepunt van mijn avond. Tussen alle oude boeken in de kelder van de bibliotheek heeft Dam een soort woonkamertje gemaakt met waslijnen vol foto’s, tekstjes, boekjes, vogels. Aan de hand van deze spullen vertelt Dam een verhaal dat losjes verbonden is met terugkerende thema’s: liefde, verbeelding, eenzaamheid, de wil om te vertellen. En talent. Want als een rasverteller als Dam komt met persoonlijke verhalen over treinreizen of een onafgemaakte thriller (“ik werd zo bang van mijn eigen verhaal dat ik het nooit afgeschreven heb”), dan kun je als publiek haast niet anders dan de verhalen met je mee de zaal uit nemen en nog tijden bij je houden. En wie deze avond in de kelder van de bibliotheek zat en binnenkort nog langs de voormalig loempiakraam op de Ebbingebrug fietst, zal denken aan een klein meisje uit Beijum met zwempotglazen en een stapel dagboeken. Hopen op nog een boek, of nog een voorstelling.

Maar, lieve lezer, voordat u nu denkt dat dit een verslag is over hoe mooi en lief alles tijdens Het Grote Gebeuren was, zal ik u nog even terugroepen naar de koude buitenwereld. Want laten we niet vergeten dat schrijvers ook publieke persona hebben die beïnvloed worden door de buitenwereld en vice versa, die de buitenwereld ook beïnvloeden. En wie de afgelopen tijd een beetje heeft opgelet, zal het niet zijn ontgaan dat het persona Charlotte Mutsaers in de buitenwereld onlangs voor behoorlijk wat ophef zorgde. Iets dat schrijfster Mutsaers geenszins tegenstaat, nee, zij borduurt vrolijk door op de ophef. Kinderen rond de tien zijn het leukst, ze begrijpt die pedofielen wel, deelt ze het publiek mee. Dat kinderporno zo’n gevoelig onderwerp is, was haar even ontgaan. Schaterlach en ongemakkelijk geschuif uit de zaal. De #metoo beweging? Iedereen loopt maar achter elkaar aan, en als je reageert op het leed van een ander moet je niet zelf ook een potje gaan zitten janken over hoe erg je het hebt. Sommige mensen vertrekken geschoffeerd uit de zaal. Ik vertrek ook, maar eigenlijk vooral omdat ik geen zin heb in iemand die het motto “stay nooit-volwassen” vanavond vooral inzet om puberaal te provoceren. Maar het is wel interessant, wat Mutsaers doet, en eigenlijk wordt het prachtig anachronistisch uitgelegd door Bart Ramakers in zijn hoorcollege over Van den vos Reynaerde eerder op de avond. Is Reynaert nou een schurk of een schelm, vraagt Ramakers zich in zijn betoog af. Reynaert doet vreselijke dingen: hij wordt beschuldigd van verkrachting, hij laat Bruun en Tybeert de gruwelijkste mishandelingen overkomen en vermoordt de arme Cuwaert. En nee, beste lezer, zéggen dat je een ernstig delict hebt begaan is niet hetzelfde als het ook daadwerkelijk begaan. Mensen belachelijk maken en kwetsen is geen misdaad van de orde verkrachting, maar onder mishandeling valt ook emotionele mishandeling. Maar goed, terug naar Reynaert. Sommige professoren zeggen dat Reynaert wel moet worden gelezen in de context van het dierenverhaal: de vos gedraagt zich nou eenmaal naar zijn sluwe aard, en wordt daarom ook bewonderd. En, betoogt Ramakers, Reynaert ontmaskert ook het hof: ieder dier wat in Reynaerts val loopt, komt erin terecht door zijn eigen toedoen. De heilige huisjes van het hof weet Reynaert allemaal ondersteboven te kukelen: al die hofgangers met hun hoofse idealen van zelfbeheersing en beschaving zijn vol lust en zonder remming als er niemand in de buurt lijkt te zijn en de verleiding om de hoek ligt. Is dat wat Mutsaers, onze Reynaert van de Nederlandse Letteren op deze festivalavond ook probeert te doen? Even de normen en waarden van de Nederlandse Letteren anno 2017 aan de kaak stellen? Want wie ongemak of boosheid voelt, begint wellicht wel te onderzoeken waar dat vandaan komt. Zijn we preuts? Zijn we eenheidsworst? Kunnen we nog voor onszelf nadenken? Waarom mag je iemand niet kwetsen? Maar wie zal het zeggen? Of je nou lacht of huilt om de streken van de felle roodharige dame, je weet nooit hoe ze het nou eigenlijk bedoeld heeft. Mutsaers doet niet aan authenticiteit of oprechtheid, bij deze schrijfster kun je niet naar binnen kijken. Daar helpen zelfs acht eeuwen wereldliteratuur niet bij.

Esmé van den Boom studeerde Nederlands en Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze dicht, zingt en organiseert literaire evenementen. In academisch jaar 2017-2018 was zij huisdichter van de RUG. Haar dichtbundel Zomerwee ter gelegenheid van het huisdichterschap verscheen in oktober 2017.

Foto’s: Henk Veenstra

Reageren is niet mogelijk