Haal nooit het kind uit Kasper

Uitzwaaien van stadsdichter Kasper Peters tijdens de Poëziemarathon

Zacht gitaargetokkel lokt ons naar de kelder van de bibliotheek. Een lange meneer met grijze krullen stemt zijn instrument en speelt een deuntje als hij merkt dat een kleuter nieuwsgierig toe staat te kijken. Het is Hans de Troubadour, de aanwezige muzikant bij het afscheid van stadsdichter Kasper Peters. Zanger Hans begint enkele van zijn liedjes te spelen, waarop het publiek voorzichtig meeswingt. Peters zelf staat zich achter een tafel mentaal voor te bereiden. Het fluisterende publiek, dat bestaat uit collega’s en bekenden van Peters alsook ouders met kinderen, heeft plaatsgenomen op stoelen en krukjes. Eigenlijk is het gek dat we dit begin van de Poëziemarathon Uitzwaaien noemen, want Kasper gaat helemaal niet weg. Dus zwaaien we hem toe.

Kasper peters neemt afscheid al s stadsdichter en onthult 5 posters op gedichten van hem, OB forum, groningen

Vervolgens begint een inleiding door SLAG-coördinator Rolien Scheffer en bibliotheekbaas Ria Joxhorst. Collegadichter Arjen Boswijk is eveneens aanwezig. Hij vertelt over de eerste keer dat hij Peters ontmoette – tijdens een les aan vmbo’ers in bioscoop Forum Images dat het enthousiasme van de gebontjaste luisteraars maar niet wilde wekken. Nadat Peters, toevallig aanwezig, begon te helpen, is het “toch nog wat geworden”. Boswijk draagt een gedicht aan Peters op om hem te eren, waarin hij de taal van de brommer en het nog lang niet voorbije dichterschap benoemt. De frase “Er vallen duizend woorden uit zijn handen, maar de taal komt uit zijn ziel” is Peters ten voeten uit.

Dan is de beurt aan Peters zelf. Een dromerige, wat schuchter aandoende man betreedt het podium. Peters is ook wel bekend als de Brommerdichter, die elke maand een zondag in de Groninger Forum Bibliotheek te vinden is en veel op basisscholen komt om workshops te geven. “Zaterdag, om kwart over negen in de avond, ben ik weer gewoon een Kasper. Alhoewel …” Peters vertelt dat hij twee keer gedroomd heeft dat hij herkozen werd als Stadsdichter, omdat de jury geen beslissing kon maken. En als je iets twee keer droomt, komt het waarschijnlijk uit. We zullen het zien.
Achter Peters hangt zijn afscheidscadeau: vijf posters met elk een van zijn gedichten, voor de verrassing nog bedekt met allerhande hoofddeksels. De posters zijn ontworpen door artiesten die nu ook aanwezig zijn en bij elke poster die aan de beurt is, haalt Peters de desbetreffende hoed eraf en vertelt over de achtergrond van dit gedicht en de maker van de poster. Zo is gedicht nummer een het resultaat van een wandeling bij de Hoornseplas met Joost Oomen. Het tweetal kwam een man tegen met zijn armen boven zijn hoofd – het hoofd kaal, de oksels bijzonder harig. Dit lokte bij Peters een ode aan lichaamshaar uit, een werk dat hij zelf beschrijft als een politiek kindergedicht. Tijdens het voordragen wijst hij luisteraars aan alsof de boodschap voor hen bedoeld is. “Haal nooit je haren uit je oor! Haal nooit je haren uit je neus!” De aanwezige kinderen giechelen om zin speelse zinnen en ondeugende grapjes. Af en toe zijn ze afgeleid: een donkerharig meisje wijst midden tijdens de voordracht met haar vinger naar de zaal en fluistert: “Mama, zie je wat daar hangt? Die heb ik ook!” Ssst, duidt de moeder, en de kleuter draait zich weer om naar die zachtaardige baardmeneer die zijn afscheidscadeautjes uitstrooit. Kinderen hebben in het werk van Peters altijd een grote rol gespeeld – hij werkt graag met hen samen. Iedere zondag zitten Peters en een groepje aanwezige kinderen om de tafel te brainstormen over nieuwe woorden en zinnen. Een daarvan is het woord nachtsneeuw; “hier uitgevonden!” wijst Peters trots, alvorens het bijbehorende gedicht voor te dragen.

Het woord nachtsneeuw – hier uitgevonden!

Als een aanwijzing voor het volgende onderwerp begint het dochtertje van Kasper Peters en Fieke Gosselaar te huilen. Of is dit een slimme zet van Peters, die hier spontaan op inhaakt en de volgorde van zijn gedichten verandert? Baby’s, zo draagt Peters voor, kunnen zo hard huilen dat je zelf ook niet meer weet wat je moet doen. Je wordt er zelf verdrietig van en gaat eraan twijfelen of volwassen zorgen wel echt het huilen waard zijn.

Kasper peters neemt afscheid al s stadsdichter en onthult 5 posters op gedichten van hem, OB forum, groningen

Achterin de zaal staat een tafel met allerhande benodigdheden om zelf poëzieposters te maken – Kasper Peters nodigt de kinderen uit om na afloop van het optreden zelf aan de slag te gaan. Dat is belangrijk voor kinderen, dat ze zelf kunnen ontdekken en uitproberen. Het vierde gedicht heet Beroependag en verhaalt vanuit het kinderperspectief van Kasper zelf, toen zijn vader op de beroependag op de basisschool kwam kijken. Een schaamte die waarschijnlijk iedere luisteraar wel kent, maakte zich van de scholier meester: je ouders in de klas, wat een ramp! Hij leek ineens veel te hard te zingen en allemaal gênante dingen te zeggen. De klas vond hem geweldig, maar naast die grote vader leek kleine Kasper ineens nog veel kleiner.

Het laatste gedicht gaat over zijn favoriete letters A en E, een werk dat ongetwijfeld de speelsheid van kinderen aanspreekt. De gedichtenposters zijn meerdere keren gedrukt, waardoor de luisteraars ze zelf ook mee kunnen nemen. Het publiek blijft na applaus gezellig nakletsen met koffie, thee en gebakjes – dat is het voordeel van een groep luisteraars die elkaar grotendeels al kent.

Opvallend is hoe Peters zijn innerlijke kind weet te laten spreken. Dat is waarschijnlijk waarom hij zo goed met kinderen om weet te gaan. Gelukkig maar dat we niet daadwerkelijk afscheid van Kasper nemen – ondanks het feit dat hij straks geen Stadsdichter meer is, kunnen we hem nog vaak genoeg in de bibliotheek treffen, waar hij kleine en grote mensen aanmoedigt om te blijven spelen en dromen.

Door Rachel Raetzer

Reageren is niet mogelijk