Het dode gebeuren

Hét literaire prozafestival van Groningen heeft op het eerste oog weer een mooi programma samengesteld. Er staan heel wat DWDD-fähige auteurs: Tommy Wieringa, Annelies Verbeke, Auke Hulst, Özcan Akyol en ook Charlotte Mutsaers, die met haar markante uitspraken in de media eerder deze week vast nog enkele extra nieuwsgierige bezoekers naar de bibliotheek heeft getrokken. Toch is het festival meer dan een rijtje grote namen: in de nissen van het pand worden interviews, discussies en voorleessessies met naar verluid de mindere goden georganiseerd, die vaak de interessantste gesprekken en stof tot nadenken opleveren. Ik besluit zodoende de overbekende koppen te mijden en enkele van deze sessies te bezoeken.

Mijn avond begint in de kelder, waar het duo Koos & Koos aantreedt. Trouw-columnist Koos Dijksterhuis gaat in gesprek met de auteur Koos van Zomeren; een grootheid in het schrijven over de natuur in Nederland en alles wat daarmee gepaard gaat. Aanleiding hiervoor is het vuistdikke boek (met twee leeslinten!) Alle vogels, waarin de stukken die Van Zomeren in ruim vier decennia over vogels schreef zijn gebundeld. Waarom vogels? Het antwoord blijkt eigenlijk heel eenvoudig: als er niets gebeurt in de natuur, duikt er altijd wel een vogel op. Het is het startschot voor een geanimeerd gesprek, waarin Van Zomeren wordt bevraagd over zijn fascinatie voor de natuur, het Nederlandse landschap in het bijzonder, hoe dit in veertig jaar is veranderd, en hoe hem dat als mens en schrijver heeft gevormd of beïnvloed. Van Zomeren vertelt zoals hij schrijft: kraakhelder, met scherpe observaties en soms ook een humoristische ondertoon. Het gesprek krijgt een wat serener karakter als het gaat over de wrange dood van zijn hond, en op verzoek van Dijksterhuis contempleert de zeventigplusser ook over zijn eigen sterfelijkheid. De vrolijke vogels uit het begin zijn dan allang gevlogen.

 

Na een rondwandeling schuif ik aan bij het interview met veelschrijver Vonne van der Meer. Journalist Jurgen Tiekstra spreekt met haar over de nieuwe verhalenbundel Brood, zout, wijn die onlangs het levenslicht zag. Het interview concentreert zich eerst op het verhaal Zwart jurkje: een anekdotisch gebeuren in een kledingzaak dat ontaardt in een warm familiedrama. Het schrijven ervan wordt onder de loep genomen; de betekenis van de motieven, diverse personages en verhaallijnen wordt ontleed door de schrijver en interviewer. Daardoor is het een wat technisch gesprek, waarbij Tiekstra duidelijk laat zien bekend te zijn met het oeuvre van de schrijver, maar dat zal niet voor alle aanwezigen gelden. De werkelijkheid buiten de boeken wordt niet betreden, wat enigszins frappant is wanneer het verhaal Maagdenroof ter sprake komt, waarin de voorvrouw van een stichting tegen seksueel misbruik zelf in een gecompliceerde verhouding met een jonger iemand belandt. De interviewer rakelt echter wel een oude polemiek van Willem Jan Otten op over religieus verlangen in de literatuur, waar Van der Meer met lichte tegenzin op reageert, aangezien dit motief in haar nieuwe bundel een marginale rol speelt, maar wordt ingezet wanneer de dood of een ander verlies voorvalt.

Na de uitgelopen sessie spoed ik mij naar het volgende gesprek tussen Tzum-hoofdredacteur Coen Peppelenbos en schrijver/criticus Rob van Essen. Waar het bij Van Zomeren en Van der Meer al rustig was, doen deze heren hun verhaal voor een luttele vijftien aanwezigen, terwijl niet geheel toevallig op dat moment Charlotte Mutsaers in de kelder aantreedt. Het selecte groepje wordt echter wel getrakteerd op een leuk tweegesprek over Van Essens nieuwste roman Winter in Amerika: de ‘memories’ van een fictieve, Nederlandse schrijver.

Al snel wordt duidelijk dat we hier met een merkwaardig boek te maken hebben, waar ook tijdens het interview weinig vat op wordt gekregen. Van Essen speelt met parallellen: al dan niet verzonnen schrijvers en andere figuren uit de literaire wereld doen hun intrede in het fictieve dorp alwaar een gelauwerd maar ten dode opgeschreven auteur zijn levensverhaal vastlegt. Peppelenbos maakt wél de oversteek naar het hedendaagse (literaire) landschap, en de twee gaan in op de crisis bij Van Essens uitgeverij Atlas Contact, nieuwe partijen als Das Mag en het recenseren van andermans literair werk als criticus voor NRC Handelsblad. Met humor vertelt Van Essen dat veel gelijkenissen in zijn werk met deze wereld op toeval berusten of een andere oorsprong kennen dan de precieze lezer (of interviewer) verwacht. Het gesprek maakt nieuwsgierig naar het boek en Van Essen laat de toehoorder nadenken over zijn vernuftig spel met fictie en werkelijkheid.

Het laatste programma dat ik vanavond bezoek is een interview met Alma Mathijsen, waar gelukkig iets meer bezoekers op afkomen. Interviewer Herman Meijer besteedt opvallend veel tijd aan Mathijsens vorige roman, De grote goede dingen, en grasduint daarin naar de autobiografische elementen in relatie tot de vroege dood van haar eigen vader. Mathijsen vertelt met veel liefde over haar herinneringen en gevoelens bij het rouwproces, maar van het boek krijgen we geen helder beeld. Dat is wel het geval als het gesprek overschakelt naar de nieuwe roman van Alma: Vergeet de meisjes. Dit bejubelde boek handelt toevallig ook over de nadagen van een fictieve schrijver die in de vergetelheid is geraakt, al is deze roman meer een essay over intense vriendschap, verstikkende relaties en de emotionele kracht van verhalen. In plaats van deze thema’s nog verder uit te diepen, brengt Meijer de verouderde kwestie rondom Abou Jahjah bij De Bezige Bij ter sprake en probeert hij nog even de laatste achterklap uit Mathijsens schrijvende vriendinnenclub en haar mening over jonge auteurs te achterhalen, waardoor haar roman jammer genoeg geheel naar de achtergrond verdwijnt.

Twee rode draden vielen er vanavond op te maken uit de gesprekken in de marge: er werd veel over het schrijven zelf gepraat en geschreven, en ook de dood was in al diens facetten nooit ver weg. Ironisch genoeg was het bij al deze sessies wat de opkomst betreft een nogal dooie boel. Een klein feestje na afloop zat er ook al niet in, al deed de jonge garde haar best er in de binnenstad nog wat van te maken. Al met al een prima avond, dus tot volgend jaar.

Auteur: Willem Goedhart (1990) studeerde Nederlandse Taal en Cultuur in Groningen, met een specialisatie in de moderne literatuur. In het dagelijks leven is hij ondermeer actief als tekstredacteur en tevens radiomaker bij Glasnost. Zijn leesgedrag is als dat van de ware omnivoor: van pikante pulp tot postmodernistische poëzie.

Foto’s: Henk Veenstra

Reageren is niet mogelijk