Het Grote Gebeuren: “Het is alsof je een kat in een tas moet proppen”

De voorleesarena in het midden van de Groninger Forum Bibliotheek zit vol mensen. Ze zitten niet alleen, er staan ook rijen mensen omheen omdat er geen stoelen meer zijn. Het wachten is op de eerste voorleesgast van de avond: Tommy Wieringa. Hij staat aan de rand te wachten tijdens de inleiding en lijkt niet goed te weten waar hij heen moet. “Hij loopt weg”, giechelen luisteraars wanneer de presentatrice zijn naam noemt. Wieringa is echter niet snel van zijn stuk gebracht en herstelt zich gauw. Hij leest ietwat monotoon, maar in opperste concentratie voor uit zijn nieuwste roman De heilige Rita, vernoemd naar de beschermvrouwe van de verdwaalden. Die kunnen we allemaal wel gebruiken, merkt hij op – en hij heeft gelijk. Het is op Het Grote Gebeuren af en toe zoeken waar je moet zijn, maar gelukkig hebben we een uitgebreid programmaboekje.

Er is vanavond een rijk aantal verschillende acts. Verschillende auteurs lezen voor, er worden een aantal minicolleges van een kwartier per stuk gegeven, er worden gasten geïnterviewd en schrijvers gaan met elkaar in gesprek. Niet alleen de gevestigde namen zoals Wieringa, Nagtegaal en Akyol zijn aanwezig, maar ook debutanten en minder bekende namen. In de sessies Debutanten worden steeds twee schrijvers geïnterviewd over hun eerste uitgekomen boek. Zo interviewt Margriet Bos Sander Kok en Kathy Mathys, die beiden van eten een thema hebben gemaakt in hun werk. Mathys debuteerde met het boek Smaak, dat ze zelf beschrijft als een hybridevorm tussen roman en autobiografie. Aan de hand van herinneringen en anekdotes zet ze de invloed van smaak op je geheugen en je andere zintuigen uiteen. Ze gebruikt al haar zintuigen tijdens het schrijven, zodat de lezer zo ‘echt’ mogelijk het boek ervaart. Lezen, zo beargumenteren beide gasten, is immers een zintuiglijke ervaring. Kok debuteerde met Smeltende vrouw, dat de verwikkelende verhalen van twee stellen beschrijft. Een van de stellen bestaat uit een vrouw met obesitas en haar man, een zogeheten feeder, die haar enerzijds innig liefheeft en haar anderzijds juist door het ophemelen en voeden van haar overgewicht in gevaar brengt. “Door haar lief te hebben, maakt hij haar dood” merkt Kok op. Interviewster Bos beschrijft haar sterk uiteenlopende emoties bij het lezen van de twee verschillende boeken. Smaak roept vooral de eetlust op, terwijl Smeltende vrouw eerder afstotend en weerzinwekkend werkt. “Dat is ook de bedoeling”, lacht Kok.
Net zo verschillend als de sfeer van de boeken is de manier waarop de twee debutanten het schrijfproces aangaan. Kok schrijft bijvoorbeeld zijn boeken zo intuïtief mogelijk  – hij hoort een tijdje een zin in zijn hoofd en plots leeft er een roes van inspiratie op. Zodra hij echter van tevoren weet wat zijn personages gaan doen, is voor hem de spanning eraf. Mathys daarentegen is juist een planner – ze wil van tevoren weten wat er in haar verhaal gaat gebeuren. Beiden schrijven ze het best als ze zich losmaken van hun scherm – onderweg in de trein of na een wandeling. Schermen zijn volgens Kok schadelijk voor creativiteit en sociaal contact, omdat je de sfeer niet deelt. Je voelt de lucht niet aan door een raam, je moet het raam open zetten om er echt bij te kunnen, merkt hij op. Eindelijk gebeurt er in het gesprek waar ik op zat te wachten: de passie wordt voelbaar. Het grootste gedeelte van het interview was inhoudelijk interessant, maar het enthousiasme sprong er niet vanaf en dat was jammer.

Hoe anders is dit bij het minicollege van Lidewijde Paris. Zachtjes Fly me to the moon zingend zet ze haar PowerPoint klaar en nodigt ze ons uit om gezellig dichtbij te komen. Paris zit al dertig jaar in het uitgeversvak en heeft ook zelf een boek geschreven, een handleiding voor het lezen van korte verhalen. Over datzelfde onderwerp praat ze als zelfbenoemd “wandelend theater” enthousiast een kwartier vol. Gaat er tussendoor iets mis, zoals een filmpje in de presentatie dat niet opstart, dan merkt ze dit op en babbelt er vlot overheen. Literatuur gaat volgens haar om het verpakken van stille signalen tussen de regels door. Bij romans staan deze signalen vaak nogal ver uit elkaar en zijn moeilijk te herkennen. Als je jezelf hierin wilt trainen, kun je dus uitstekend beginnen bij korte verhalen. Een kort verhaal eindigt vaak met een openbaring, die weergeeft waar het verhaal om gaat. Vanwege zijn compactheid staan de boodschappen en dubbele betekenissen daarnaast dichter bij elkaar. “Het is alsof je een kat in een tas moet proppen” illustreert Paris met handgebaren. Bijzondere aandacht verdient het verhaal Requiem for Zeitgeist, dat door de presentatie heen als voorbeeld voor haar argumenten dient. Het verhaal is geschreven door Kurt Vonnegut en gaat over Omar Zeitgeist, die een kosmische bom bedacht en daarom door de nazi’s beschermd werd tijdens zijn werk. Op een plek tussen Peru en Colombia werd hij gestationeerd, waarbij aan beide landen de opdracht werd gegeven om de ander in de gaten te houden. Niemand hield echter rekening met de Witoto’s, een stam die in het oerwoud leeft in dat gebied. Zij leden al lange tijd onder droogte en geloofden dat een trommel gemaakt van trollenvel regen zou brengen. Toen Zeitgeist een idee kreeg en “Eureka” roepend door het bos rende, zagen ze hem aan voor de mythische trol. Paris legt uit dat je dit verhaal een aantal keer terug moet lezen wanneer je het niet snapt. Stille hints worden duidelijker als je het einde weet. De boodschap van dit verhaal ligt bijvoorbeeld juist in de zin “Niemand hield rekening met de Witoto’s” – we kijken nooit naar ons eigen instinct en nemen irrationele overtuigingen niet serieus, hoe groot hun invloed ook kan zijn.

Al even enthousiast is het discussiepanel in Terugblik op Richard Klinkhamer. Özcan Akyol, Charlotte Mutsaers, Albert Secuur en Joep van Ruiten gaan in gesprek over de omstreden schrijver die vooral bekend staat om het doden van zijn vrouw. De emoties lopen hoog op als de gasten met elkaar in discussie treden over de scheiding tussen misdaad en kunst, tussen de persoon en het werk. Albert Secuur speelde Klinkhamer in de voorstelling Woensdag gehaktdag, gebaseerd op diens boek over de moord. Hij begint met de eerste scène uit het stuk. Een monoloog die de lezer/kijker centraal stelt. Als hij begint te spreken, voelt het alsof hij het over ons heeft, stelletje ramptoeristen dat we zijn. Secuur ontmoette Klinkhamer in eigen persoon, die bij de voorstelling aanwezig was en emotioneel reageerde op de vertolking van hemzelf. Tot twee keer toe liep hij weg en bij de slotscène, waarin Secuur als Klinkhamer zijn vrouw begraaft, riep hij uit “En nu is het klaar!”. De echte Klinkhamer had dit nooit gedaan en de scène raakte hem duidelijk tot op het bot. Secuur  beschrijft de auteur als een enge man, terwijl Mutsaers, die hem eens op straat tegenkwam, juist een erg leuk gesprek met hem had. Ze maakt duidelijk dat hij maar één keer in zijn leven een moordenaar was en voor de rest een mens als jij en ik. Medeschrijver Özcan Akyol blijkt zeer gefascineerd te zijn door Klinkhamer en heeft zich uitgebreid over hem ingelezen. Volgens Akyol deed de kunstenaar annex misdadiger – of andersom? – zijn uiterste best om het beeld dat men van hem had, te cultiveren. De man provoceerde graag en hield ervan om te zwelgen in het beeld van de getroebleerde artiest wiens werk niet begrepen en serieus genomen wordt. Graag speelde hij met roddels die de ronde deden; Klinkhamer kon op het ene moment bevestigen dat hij zijn vrouw in de gehaktmolen had gegooid, om vervolgens te ontkennen dat hij dit ooit had gezegd.

Over de kwaliteit van Woensdag gehaktdag zijn de meningen verdeeld. De een vindt het stilistisch erg goed geschreven, de ander merkt op dat zijn hang naar de esthetiek ten koste gaat van de toegankelijkheid. Weer een ander vindt het boek erg rommelig, maar met een zeldzame rauwheid. De ‘juryleden’ sparen elkaar niet in hun oordeel: “Iedereen zal het met me eens zijn dat de kwaliteit niet goed is.” – “Hoe kun je dat nou zeggen?!” Er wordt volop met ad hitlerums gegooid; hoe ver kun je immers gaan? Weinigen zullen zeggen dat Mein Kampf een goed boek is dat je moet scheiden van de auteur op zich.

De grote vraag die uit dit alles rijst: moeten we voor Klinkhamer op de bres? Moeten we iemands werk beoordelen op een privédaad? Ook in deze kwestie is het panel verdeeld in verschillende kampen. Kamp Mutsaers lijkt wel degelijk voor hem op de bres te willen, maar vat haar genoemde argumenten niet duidelijk samen in haar slotpleidooi. Dat is jammer. Kamp Secuur vindt dat we absoluut de man en het boek moeten kunnen scheiden. De daad en het werk veranderen elkaar namelijk niet en zullen dat ook nooit doen. De boeken die Klinkhamer schreef, zijn pas echt goed te beoordelen als je niet van de moord weet. Daarbij komt dat er nog weinig “bajesrumoer” in de Nederlandse literatuur aanwezig is; deze boeken geven daar volgens hem wat variatie aan. Akyol is wat genuanceerder: een aantal van zijn boeken vindt hij wel degelijk goed, maar tegelijkertijd weet hij dat niet iedereen ze zal kunnen waarderen. De discussie wordt afgesloten met een tekenende anekdote over Klinkhamer, die iemand een foto van diegene opstuurde als kerstkaartje. “En als je iets verkeerds zegt, weet ik je te vinden.”

Tot slot was ik aanwezig bij het interview met Charlotte Mutsaers, gestationeerd in een overvolle kelder. Het interview gaat grotendeels over haar nieuwste boek, Harnas van Hansaplast. Hierin vertelt ze over haar overleden broer, die een omstreden en bijzonder persoon was. Hij was asociaal, maar zeer intelligent; excentriek, maar existentieel onzeker. Als kind had ze veel moeite met hem, onder andere omdat hij als zoon en stamhouder van hun vader de voorkeur kreeg boven haar. Ze groeide op in een excentriek gezin, waar ze zich enerzijds onderdrukt en soms ongeliefd, maar anderzijds ook erg verbonden mee voelde. Na het overlijden van broer B. ruimde ze met haar zus zijn huis op – het boek is gecentreerd rond deze opruiming en hoe ze in de loop van het proces psychisch nader tot haar broer kwam. Wel deden ze ontdekkingen die ze nooit hadden vermoed; zo vonden ze tot beider ontsteltenis kinderporno. Mutsaers beschrijft dat ze de stapels verkocht hebben in een poging ze kwijt te raken. Toen de Volkskrant haar hierover interviewde, zei ze dat het waar was om te voorkomen dat er aan de rest van het boek ook zou worden getwijfeld. De schrijfster was bang dat de levensgeschiedenis van B. niet geloofd zou worden, wanneer een detail uit het boek niet waar bleek te zijn. Deze ongelukkige daad is haar duur komen te staan: ze werd en public streng bekritiseerd omdat men ervan overtuigd was dat ze kinderporno had verkocht. Iets wat ze, zo bevestigt ze nog maar een keer, nooit zou doen.

Ondanks de interesse die ze voor haar boek weet te wekken, gaan mijn tenen in de loop van het interview steeds verder krom staan om haar standpunten. Ze weet zichzelf keer op keer te overtreffen met zinnen als “Ik wist niet dat kinderporno zo’n heet hangijzer was! Vroeger had het niet de status die het nu heeft.” Wanneer we het over haar jeugd en haar broer als kind hebben, zegt ze: “Ik hou nog steeds niet van kleine kinderen. Dat komt vast door mijn broer toen hij klein was. Maar rond de tien vind ik ze heel charmant. Ik snap die pedofielen wel, hahaha!” Ze benadrukt dringend dat ze niet aan de schandpaal genageld wil worden vanwege een uit zijn verband gerukt citaat, wat ik begrijp. Dus glimlach ik maar ongemakkelijk met het schaterende publiek mee en neem me met kromme tenen voor om de context te vermelden.

De opmerking die mijn haren pas echt te berge doen rijzen, volgt wanneer er wordt gevraagd of de waarheid in haar boek überhaupt een relevant thema is. Nadat ze heeft uitgelegd dat ze haar broer volledig naar waarheid heeft geschetst en zegt dat ze uit zo’n verhaal alleen de rare dingen oppikken, maakt ze een verbinding met de MeToo-acties. Ze wijst het af dat iedereen elkaar achterna loopt, in plaats van voor zichzelf te beslissen of hij/zij dit wil delen. Deze gedachtegang begrijp ik nog. Maar dan. “En bovendien. Als je een keer wordt aangeraakt op je werk, moet je dat toch kunnen pareren. En doe dat alsjeblieft op een charmante manier!” Ze geeft een voorbeeld van een hand op haar knie door een collega, die ze succesvol met een grapje afwimpelde. Fijn dat haar dat gelukt is. Maar Mutsaers lijkt in deze opmerking alleen vanuit zichzelf te kunnen redeneren. Alsof slachtoffers niet hun best doen om acties en opmerkingen te pareren. Bovendien, aan wie ben je het verschuldigd om charmant te zijn wanneer je je zo in het nauw gedreven voelt?


Het interview – en in mijn geval de avond – wordt afgesloten met een fragment van haar elpee Rikkelrak. We luisteren mee naar een kakofonie van geluiden, die een scherp sfeerbeeld van een karaokebar schept. Mutsaers zegt dat ze dieptegesprekken zoals vanavond veel leuker vindt dan veel interviews die ze krijgt. “Dan moet je vragen beantwoorden als: Een stuk tonijn of een stuk kaas? Frankrijk of Duitsland?” Dit keer lachen we van harte. Want het mag dan geen politiek correct interview geweest zijn, we zijn vanavond wel de diepte in gegaan. Eigenlijk was er de hele avond meer diepgang en enthousiasme dan er in het programma paste. Alsof je een kat in een tas probeert te krijgen. Dit houdt de verwachtingen voor de volgende keer hoog.

Rachel Raetzer (21) is Huisdichter aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de educatieve Master Duitse taal en cultuur aan de RUG. Je kan haar gedichten lezen op de website van de Huisdichter.

Foto’s: Henk veenstra

Reageren is niet mogelijk