Het Grote Gebeuren: van verrassing naar verrassing

Er heerst een schemerduister in de kelder. Het is een sfeervoorbode van de poëtische reis die het publiek zo gaat maken, al weet het dat zelf nog niet. Dat publiek heeft zo vroeg op de avond deze zaal toch al weten te vinden. Niet gek, Toon Tellegen treedt hier zo op. Al komen zij die enkel Tellegen verwachten wat bedrogen uit; het is nog veel beter. Tellegen heeft namelijk zijn eigen minimalistische filmmuziek meegenomen, in de vorm van pianist Albert van Veenendaal en gitariste Corrie van Binsbergen. Dat levert een betoverend, maar vaak ook onheilspellend geheel op. Juist door het minimalistische, met hier en daar een los dissonant akkoord, ijzig hoge stapjes op de piano en bijna spookachtig gezang van de gitaar, wordt er een magische sfeer geschetst die je doet vergeten dat er een wereld buiten bestaat. Daarbij weet de muziek de sfeer die Tellegen van nature al in zijn werk schept perfect aan te vullen, wat de woorden versterkt. Bijna een uur lang kunnen we ons enkel ademloos – met hier en daar gelach, Tellegen is minstens zo geestig als de sfeer – mee laten voeren. Een betere start had deze avond niet kunnen hebben.

Maar Tellegen is bij lange na niet het enige programmapunt dat op veel belangstelling kan rekenen. Als ik na het optreden de kelder even verlaat, word ik begroet door een rij die tot ver na de bovenste traptrede doorgaat. Jan Mulder zal zo afdalen. Ik strek de benen dus maar niet te lang, want dat wil ik graag zien.

 

Ik ken Mulder vooral als columnist, liefhebbers van sport kennen hem eerder als voetballer, maar vanavond is hij bovenal boze Groninger. Gelukkig voor Mulder is hij hier om zijn nieuwste boek Liefde & aardbevingen te presenteren, wat niet geheel onverwacht ook voor een groot deel over de Groningse woede gaat. Gelukkig voor ons wordt hij geïnterviewd door de zeer vaardige Jurgen van den Berg. Waar Mulder de hele avond wel over de “windmolensubsidiemaffia” had willen praten, weet Van den Berg het gesprek op een heel natuurlijke manier constant te laten meanderen van het boek naar de actualiteit en weer terug – wel zo prettig op een literair festival. Want hoe hard Mulder ook roept dat hij geen schrijver maar een “beschrijver” is, begin ik tijdens het gesprek te vermoeden dat hij met Liefde & aardbevingen wel iets belangrijks doet: de Groningse woede in goedgekozen bewoordingen vangen. Juist zo direct, juist vanuit de emotie, vanuit de ervaring. Voelt dat soms misschien wat gemakkelijk, met opgeklopte hyperbolen en populistische formuleringen als “windmolenellende”? Misschien. Maar de mensen voelen het, en daar gaat het om.

Na het taalgeweld van Mulder is het tijd voor een beetje rust in de tent. Ik strijk daarvoor neer in Het Buro, waar Esmé van den Boom de Engelse debutante Imogen Hermes Gowar interviewt. Hermes Gowar schreef “2018’s most hyped novel”, over de late achttiende eeuw nota bene! Maar binnen enkele minuten heeft de schrijfster ons al dusdanig meegenomen, dat we wel moeten beamen dat dit een reuzespannende en -interessante periode was. Dankzij Van den Booms vragen doorkruisen we op soepele wijze het schrijfproces van de roman, van de eerste inspiratie, via de meest fantastische historische details, tot de manier waarop het boek eigenlijk kritiek levert op onze eigen tijd. Maar bovenal was het een genot om te luisteren naar een gesprek vol oprechte passie.

Inmiddels is het tijd om antwoord te krijgen op mijn grootste vraag van de avond: wat is literair karaoke in godsnaam? Het antwoord bevindt zich in Leescafé Belcampo, waar Literaire Volkszanger Bert Wabbe is opgetrommeld om de avond met zijn karaoke-installatie op te leuken. Het concept is even simpel als briljant: men neme een willekeurige melodie uit het genre volkszangermuziek, een onsterfelijk gedicht, een bezielde volkszanger en een beamer om de tekst te projecteren. De rest laat zich wel invullen. Dit alles leverde een zeer enthousiast publiek op, opgezweept door kreten als “ja hoor, doet u maar weer mee!” Hoewel het voor mij vooral een fijne bevestiging was dat ik dit muziekgenre zelfs met goede teksten niet te pruimen vind, is de uitvoering zeer sympathiek. Ik zou zeggen: wat extra bier erbij en het is een fantastisch onderdeel voor menig dorpsfeest.

De avond begint op zijn einde te lopen, maar niet voor ik nogmaals de trappen naar de kelder afdaal op weg naar Frank Westerman. Hij wordt geïnterviewd door chronobioloog Menno Gerkema, die de voordelen van dit tijdstip wel ziet: alleen maar geïnteresseerd publiek en iedereen kan het goed zien. Een bioloog als interviewer lijkt misschien een onorthodoxe keuze, maar Westerman neemt in zijn nieuwste boek Wij, de mens stelling tegen het idee dat de mens een dier is. Wie hierdoor een al te verhitte discussie verwacht, komt helaas bedrogen uit. Het gesprek komt er uiteindelijk voor een groot deel op neer dat beide heren vinden dat de paleoantropologie (de wetenschap die zich bezighoudt met het leven van uitgestorven mensachtigen), die een grote rol speelt in Westermans boek, beter is in verhalen vertellen dan in wetenschap uitoefenen. Er is wel een paar keer sprake van enige wrijving. Zo zijn beiden het wel degelijk oneens over de stelling “een mens is een dier”, en sputtert Gerkema duidelijk tegen als Westerman uitlegt waarom de wetenschap hem niet trekt. Helaas worden beide momenten door Gerkema afgesloten voor er een daadwerkelijke discussie kan starten. Dat is jammer, want juist in zo’n meningsverschil kunnen de interessantste nieuwe inzichten ontstaan. Toch zou ik op literaire festivals graag vaker zulke interviews zien, met iemand uit een totaal andere hoek als interviewer. Het brengt een nieuwe dimensie het podium op, en daar kan een hoop uit ontstaan. En zulke verrassingen, verrassingen als Tellegens poëtische totaalreis, als de onverwachte rijkheid van de jaren 1780, als gesprekken tussen schrijvers en wetenschappers: dat is waarom avonden als deze grote gebeurens zijn.

Door: Daniëlle Fluks

Foto’s: Henk Veenstra

Reageren is niet mogelijk