Verslag: Een plezant huiskamerfeestje vol grappen en grollen

Het lijkt wel alsof de binnentuin van de Puddingfabriek het decor is geworden van een huisfeestje. Een Vlaams huisfeest, welteverstaan. Aan de bomen hangen de welbekende gekleurde lampjes, op het podium staan grote, leren fauteuils. Daarachter zit de vijfkoppige Belgische band Veston, die de avond zal voorzien van kleinkunstachtige Vlaamse chansons gemixt met swingende Latin. De gastheer van dit feest is een expert op het gebied van gezellige avonden. Cabaretier Don Vitalski is nachtburgemeester van Antwerpen en heeft voor deze avond acht Vlaamse dichters meegetroond vanuit het Zuiden. De helft van deze gasten neemt nu ontspannen plaats in de diepe fauteuils op het podium. Het idee: iedere dichter wordt eerst drie minuten – strikt getimed – geïnterviewd door Vitalski, daarna mag hij of zij nog zeven minuten voordragen. Vitalski is naar eigen zeggen verliefd op de Scandinavische sfeer hier in het Noorden, al heeft hij wel even moeten wennen aan onze calvinistische inslag. Dat wennen is wellicht wederzijds, want al snel wordt duidelijk dat de Belgen hier voornamelijk zijn voor een avondje plezier. De interviewvragen van Vitalski aan de eerste gast van vanavond, Runa Svetlikova, zijn informeel en humoristisch, en gaan van “wat is je lievelingseten?” in één moeite door naar “ben je bang voor de dood?” De antwoorden van de dichteres zijn al even droog en staan bol van de zelfspot. Eén ding staat al snel vast: voor de Belgen is vanavond ook een spelletje. Je moet van de poëzie vooral niet iets pretentieus of intellectueels maken, dat heeft het woord helemaal niet nodig om sterk te zijn. De voordracht van Svetlikova zet daarin ook gelijk de toon. Haar gedichten over alledaagse situaties zijn toegankelijk, maar rauw en recht in het hart. En toch weet ze het te brengen met een plezier en zelfverzekerdheid waardoor het lijkt alsof ze ons, het publiek, al jaren kent.

Na Svetlikova is het de beurt aan Stijn Vranken, voormalig stadsdichter van Antwerpen. Op Vitalski’s vraag waarom hij niet uit zijn nieuwste bundel zal voordragen, antwoordt Vranken goudeerlijk: “Die is niet zo goed…” Het interview is wederom een dolle boel. Vitalski: “Wat ga je voorlezen Stijn?” Het antwoord: “Ah ja, een paar gedichten.” Maar opnieuw verrast de Vlaming na dit dwaze interview met gevoelige, soms zeer intieme gedichten. Vranken wisselt deze af met droge grappen tussendoor, die soms op het randje van ongemakkelijkheid bungelen. Dat ondermijnt helaas zijn tedere en mooie poëzie.

Een kort en swingend intermezzo van Veston volgt. Vitalski zelf zingt, humt en klapt ook vrolijk mee. Flesjes speciaalbier zwerven over de tafels, het feest is compleet. Vlaamser dan dit krijg je het waarschijnlijk niet. Christophe Vekeman staat op uit zijn leunstoel, volledig in denim gehuld, met op zijn hoofd een grote, witte cowboyhoed. Na de rauwe poëzie van Svetlikova en Vranken zijn de absurde en humoristische cowboyverhalen van Vekeman een goede afwisseling. Hij maakt er een ritmische show van, vol foute fantasieën. Poëzie als spel ten top, al weet het ‘calvinistische’ publiek niet altijd goed hoe te reageren.

Dan, als laatste voor de pauze is het de beurt aan de jongste dichteres van de avond, de in 1993 geboren Moya de Feyter. Ze staat achter de microfoon zonder schoenen, “dan kan ik mijn benen lekker optrekken in die zetel.” De antwoorden op Vitalski’s vragen (“Nee, ik heb nog geen enkele recensie gekregen.” “Nee, nee, ‘k heb ook geen prijs gewonnen.”) druipen wederom van Vlaamse zelfspot en nuchterheid. Alles is een grap, tot Vitalski vraagt of ze in een soort god gelooft. Dat blijkt toch even lastig. Haar performance is echter allesbehalve een grap. Dit jonge talent moet zeker in de gaten worden gehouden. De Feyter is een rasperformer die precies doet waar de poëzie bij uitstek geschikt voor is: je meenemen naar een andere wereld, naar nieuwe beelden. Ze krijgt een lang applaus.

Dan is het pauze. Vitalski brengt als pauzenummertje onder begeleiding van Veston een lang onzingedicht, dat hij belooft zaterdag in de loofgangen van de Prinsentuin in zijn geheel te brengen. Als iedereen weer van drank is voorzien, is het podium voor Max Temmerman. Hij draagt voor uit zijn bundel Huishoudkunde, een ode aan de vrouw en aan de moeder. Zeker actueel, maar mij weet het niet helemaal te pakken. Gelukkig is daarna Delphine Lecompte aan de beurt. Ze draagt voor zoals ze praat, met de ene grap na de andere, vol persoonlijke anekdotes. Lecompte is haar poëzie. Dat maakt haar voordracht mogelijk de sterkste van deze avond. Het publiek ligt dubbel om opmerkingen als “ik heb twee grote thema’s, mijn moeder en knaagdieren, in dit gedicht lopen ze naadloos in elkaar over,” of “van dit gedicht vind ik dat het een mooie titel heeft, daarna gaat het helaas bergafwaarts.” Lecompte is het toppunt van de Vlaamse droogkloterij en het publiek omarmt haar vol enthousiasme.

Met Johan Petit zijn we daarna beland in het hart van het Vlaamse taalgebied. De cabaretier verontschuldigt zich direct, “ik kom uit Antwerpen en spreek niet heel proper Nederlands.” Wanneer hij in plat Vlaams begint voor te dragen, heb ik zelf moeite mijn aantekeningen in proper Nederlands neer te blijven pennen. Het maakt een gedicht over wildwaterglijbanen in een zwembad in Knokke-Heist totaal exotisch. Met Benno Barnard, een Nederlandse Belg die momenteel in Engeland woont, wordt het Belgische feestje toch weer een beetje calvinistischer. Op de vragen van Vitalski is het antwoord: “Wat een ouwehoerder ben je toch!” In wat volgt, een in memoriam voor een aangereden haas, ontbreekt de luchtigheid van de dichters die eerder op het podium stonden. Barnards gedichten zijn mooi, dat zeker, maar bij de afsluiter van deze feestelijke avond mis ik de bijbehorende feeststemming. Dit is eerder het serieuze, goede gesprek dat je halverwege de avond buiten voert met een oude vriend, om vervolgens vrolijk verder te feesten. Een prachtig slotakkoord klinkt echter toch wanneer Barnard eindigt met een gedicht voor zijn overleden geadopteerde dochter. Hij is niet in staat het zelf voor te lezen, daarom draagt Max Temmerman het voor. Een hartverwarmend symbool van waar het dit weekend allemaal om draait: burenliefde.

Na dit emotionele slot mag Veston nog even een laatste nummer spelen en doet dat met verve. “Zijn jullie contente mensen?” vraagt voorman Steven van Gool aan het publiek, dat zich ondertussen naar de bar en de bijbehorende dansvloer begeeft. Ik denk dat het een retorische vraag moet zijn, want hoe kun je niet content zijn na zo’n gezellige avond? Om met Het Goede Doel te spreken, ik heb getwijfeld over België, maar inmiddels weet ik het zeker: de Vlamingen zijn helden in het bouwen van informele huiskamerfeestjes. Het geheel straalt één groot en toegankelijk ‘welkom’ uit. Een uitstekende keuze voor de openingsavond van Dichters in de Prinsentuin. De avond is één goed gesmeed en pretentieloos geheel, nooit saai, en met een interessante mix van debutanten en oude rotten. Complimenten aan de gastheer. Bij vlagen misschien een cultuurshock, maar wel één die Groningen wakker schudt voor het nog twee dagen durende feest van Dichters in de Prinsentuin.

Mirjam Deckers is studente Arts, Media en Literary Studies en Wijsbegeerte in Groningen. Ze is dol op België en probeert dit helemaal niet te laten doorschemeren in dit zo objectief mogelijk geschreven verslag.

Foto’s: Reyer Boxem

Reageren is niet mogelijk