Verslag: Friese brunchwandeling: een vak apart, dat Fries

Iedereen spoedt zich naar het Groningse schip de ALIDA als Elmar Kuiper met microfoon het dek betreedt. De boot ligt niet in het Reitendiep, maar staat op de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het is een perfect podium voor de dichters tijdens deze Friese brunchwandeling. “Rustig aan, dit is nog maar de soundcheck,” meldt Kuiper. De niet-Friezen onder ons leren meteen hun eerste Friese woordje van de dag: ‘lûd’, oftewel ‘geluid’.

Wat kennis van de Friese taal blijkt deze ochtend toch wel van pas te komen. Gelukkig worden de niet-Friezen, ongeveer de helft van de groep, door de organisatie voorzien van een handige verklarende woordenlijst op zakformaat. Heel geschikt voor het beter begrijpen van de gedichten op deze warme ochtend blijkt hij niet, maar hij komt de burenband in het algemeen vast ten goede.

Gelukkig hoef je Fries niet perfect te kunnen verstaan om de Friese poëzie te waarderen, zo blijkt maar weer. De wandeling begint namelijk met een reeks voordrachten vanaf het schip. We wanen ons daarmee bijna op het theeveld, al zijn de klinkers van de binnenplaats wel wat minder geschikte zitplaatsen dan het gras. Eerste aan dek is Elmar Kuiper. Hij blijkt een fijn opstapje te zijn: hoewel hij in het Fries dicht, houdt hij zijn praatjes tussendoor in het Nederlands. Meteen na zijn eerste gedicht komt de Friese nuchterheid weer naar voren: een bijna verontschuldigend “euhm… nou ja.” Dat blijkt nergens voor nodig: ook in de ochtend blijkt het Prinsentuinpubliek enthousiast.

Bij Gerrit de Vries, de tweede dichter deze morgen, moeten we al iets harder werken. Zijn hele optreden is namelijk in het Fries, maar dat blijkt niet bijzonder te deren. Zijn gedichten zijn namelijk zo helder geschreven dat ook zij die het Fries niet zo machtig zijn er smakelijk om moeten lachen. Hij vertelt dat hij nog niet zo lang voordraagt, en dat is hem inderdaad wel wat af te zien in zijn ietwat statische optreden, maar zeker niet in zijn duidelijke vertelstem.

Hekkensluiter op het schip is Syds Wiersma. Een interessante dichter: hij schreef zijn laatste bundel Twintig liefdes een Saudade/Tweintich Laefdes in Saudade in het Nederlands, maar vertaalde hem ook in het Fries waardoor het uiteindelijk een tweetalig werk is geworden. Ik meen in zijn gedichten soms hele regels in het Nederlands te horen, maar dat kan er ook aan liggen dat ik met twee dichters op rij die alles in het Fries doen inmiddels geassimileerd begin te raken en het werkelijk begin te verstaan. Op momenten dan. Ook deze laatste serie gedichten blijft vol flarden zitten waar ik geen touw aan vast kan knopen.

Dat laatste maakt het voor me moeilijk om wat ik zojuist gehoord heb te beoordelen, maar maakt deze ochtend wel juist interessant. Mijn Fries is niet goed genoeg om ook maar één van de gedichten helemaal te verstaan, en dat werpt je als luisteraar terug naar de basis: klank en ritme en melodie. En dat heeft het Fries en weten alle drie deze dichters fantastisch in te zetten. Ik weet alleen zeker dat ze daarnaast inhoudelijk ook vast mooie dingen doen, alleen kan ik daar nog niet helemaal bij. Dat is wat oncomfortabel, maar daarmee juist niet erg.

Na deze voordrachten mogen we het museum betreden voor het brunchgedeelte: koffie of thee met een Ware Wieger (Friese kruidkoek). Dit peuzelen we op onder het genot van de korte film Reid – Wurd – Wyn van dichter Eeltsje Hettinga en videokunstenaar Lotte Middendorp. Of althans, dat is de bedoeling. In de praktijk blijken we met best veel mensen te zijn voor de kleine ruimte en zijn de beelden op de kleine beamer slecht te zien in het licht. Hoewel de video vooral beeldend is, krijgen we hierdoor eigenlijk alleen het ruisen van de zee en in het midden een kort voorgedragen gedicht mee. Jammer, maar weinig aan te doen.

Het was de bedoeling dat provinciedichter Eeltsje Hettinga zelf hierna iets over de huidige staat van de Friese literatuur zou vertellen, maar hij is helaas ziek geworden. Daarom gaan Elmar Kuiper, Gerrit de Vries en Syds Wiersma hierover met elkaar in gesprek. Kuiper merkt op dat het Fries taalgebied klein is, maar wel relatief veel dichters kent. Zij produceren vooral lyrische poëzie, veelal over het landschap, en naast het Fries ook vaak in het Nederlands. Toch zijn er maar weinig jonge en succesvolle Friese dichters. Wiersma en De Vries vertellen over hun ervaren met debuteren: dat was vijfentwintig jaar gelden vrij eenvoudig omdat er fondsen voor waren, maar nu een stuk lastiger. In potentie had dit een heel interessant programmaonderdeel kunnen zijn, maar omwille van de tijd is het helaas al vrij snel weer afgelopen.

Eindelijk beginnen we dan aan de wandeling. Verdwalen wordt lastig dankzij gids Jirke Poetijn, die er zo flawless uitziet in haar 100% Fryslân-outfit (compleet met pompeblêdjes op haar wang) dat je je afvraagt waarom de pompeblêdrok al geen jarenlange zomerhit is bij onze westerburen. Ver lopen is het niet: onze eerste stop is bij de A-kerk. Hier worden we voorzien van Groningen- danwel Frieslandsupportvlaggetje voor de poëziebattle die even later op de top van het VVV-gebouw zal volgen. Eenmaal daar aangekomen treffen we Myron Hamming (Groningen) en Gaert Tigchelaar (Friesland) aan, uit elkaar gehouden door scheidsrechter Dean Bowen. Beide supportersgroepen verzamelen zich om het strijdtoneel, en de battle kan beginnen! Tenminste, zodra Bowen een muntje heeft losgepeuterd van één van de toeschouwers om te kunnen bepalen wie er mag beginnen.

Wat volgt is een poëticale strijd zoals het VVV-gebouw waarschijnlijk nog nooit heeft gezien. Het lot heeft bepaald dat Tigchelaar mag beginnen, en hij steekt van wal over “de stad Grîns” in melodieus Fries, en dat zonder blad. Dat hij hierdoor af en toe wat hapert is een makkelijk vergeven schoonheidsfoutje. Al met al is de Friese dichter nog behoorlijk lief voor Groningen, en lijkt zijn grootste bash nog te zijn dat Groningen, nu hij er niet meer studeert, vooral een plaats is waar je doorheen komt als je ergens anders op weg naartoe bent. Heel anders is het battlegedicht van Hamming. Deze gaat er met vol gestrekt been in, schietend op alle Friese trots: Sven Kramer, Doutzen Kroes en natuurlijk de Elfstedentocht (wanneer komt hij nou eindelijk weer?). Zijn ritme en voordracht zijn sterk. Wel jammer bij een strijd tussen Groningen in Friesland: zijn gedicht is ‘gewoon’ in het Nederlands. Met deze twee strijdbare dichters heeft scheids Bowen geen makkelijke taak, en dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Er wordt hardop gewikt en gewogen, met als conclusie dat de winst vandaag toch echt naar Friesland gaat.

Na een laatste korte wandeling worden we in de Prinsentuin vorstelijk ontvangen met schalen vol suikerbrood. Maar dat is niet het enige: op het theeveld staat zang-vertalerstrio The Siskins voor ons klaar. Hier vinden we zelfs onze laatste buur, want het trio bestaat niet alleen uit een Friezin en Groningse, maar ook uit een Drentse. Ook voor zang blijkt het Fries een uitstekende taal te zijn, zo bewijst hun Friese vertaling van My Favourite Things. Maar ook hun Nederlands- en Engelstalige liederen vallen uitstekend in de smaak, niet in de laatste plaats om hun goede harmonieën en het uitstekende geluid. Met ons zoete brood en hun al even zoete klanken is het nu al goed toeven op het theeveld.

Daniëlle Fluks

Foto’s Reyer Boxem

Reageren is niet mogelijk